Een bal per patroon kleuren
De meeste kerstballen hebben banden met een vast motief. Als je het patroon herkent, weet je ook welke kleurkeuze het mooiste oplevert.
| Patroon | Zo pak je het aan |
|---|---|
| Friezen met stippen | Kleur alle stippen in één band hetzelfde en wissel de kleur per band. |
| Ruiten | Kleur de ruiten om en om in twee tinten, dan krijg je een ruitpatroon. |
| Zigzags en golven | Gebruik een dunne stift of fineliner zodat de scherpe hoeken schoon blijven. |
| Sneeuwvlokken | Houd ze licht, bijvoorbeeld lichtblauw of zilvergrijs, op een donkerder bal. |
Heb je een bal met meerdere banden, werk dan van boven naar onder en kies voor elke band een andere kleur. Daarna loop je de dunne lijnen nog eens na.
Glazen kerstballen uit Lauscha
Bij een bal met een lint of een ring bovenaan kun je de ophanging als aparte kleur nemen, bijvoorbeeld goud of rood. Zo lijkt de bal echt aan de tak te hangen.
Bijzondere ballen om te kiezen
- Een bal in de vorm van een huisje, met een besneeuwd dak, een krans op de deur en een schoorsteen.
- Een bal vol bladeren, bessen en kleine ballen in een heel dicht patroon, voor wie geduld heeft.
- Een grote glazen bal met een rendier en sneeuwvlokken erin, aan een lint met strik.
- Drie ballen aan een tak met hulst, met golven, een sneeuwvlok en spiralen.
- Twee kinderen met een muts die grote kerstballen door de tuin dragen.
Hang je de ballen straks aan de boom, kijk dan ook bij de kerstbomen. Een bal met lint en strik past bij een cadeau, en het sneeuwvlokmotief komt ook terug in de kerstmandala’s.