Wat er op deze pagina te kleuren valt
- Feeën die dansen, in een slee zitten of een staf met hulst vasthouden, tussen kerstballen, kaarsen en bomen.
- Woonkamers met een kerstboom, een open haard met sokken, een fauteuil en cadeaus op de vloer.
- Een blokhut in de sneeuw, met kinderen op sleetjes, sneeuwpoppen en rendieren in een sterrenhemel.
- Kerstbomen met etages vol motieven en grote hangende ballen.
- Een springend rendier tussen kerstballen, sneeuwvlokken in rozetten en hulstbladeren.
- Een kerstmarkt met houten kraampjes, een keuken vol peperkoek, zangers met lantaarns, een dorp bij nacht en een adventskrans.
- Een feeënblad met vier feeën in een kerstmuts, tussen slingers, bomen en kaarsen.
Een tekening bestaat vaak uit veel kleine vlakken. Plan dus een rustig uurtje en kleur van boven naar onder, zodat je hand de inkt niet uitsmeert.
Materiaal voor fijne motieven
- Kleurpotloden
- Geven de meeste controle in kleine vlakken en laten zich laagje voor laagje opbouwen.
- Fineliners
- Voor lijnen en kleine stippen. Op gewoon printpapier lopen ze soms door.
- Aquarelpotloden
- Werken het best op papier van 120 tot 200 g/m², als je printer dat accepteert.
Gewoon printpapier weegt 75 tot 80 g/m². Controleer in de handleiding van je printer of hij dikker papier aankan.
Slim beginnen aan een druk blad
- Kies voor het hele blad een kleurenpalet van vier of vijf tinten.
- Begin met de grootste vlakken, zoals de vacht van het rendier of de jurk van de fee.
- Werk daarna de patronen af, van licht naar donker.
- Laat een rand of een achtergrond bewust wit.
Geef je de voorkeur aan iets symmetrisch en rustigs, probeer dan een kerstmandala. Voor een druk blad zonder figuren zijn de kerstballen een goede start, en de rendieren vind je ook op de pagina rendier.